Als U er maar bent

Ken je dat gevoel als je iets kapot hebt gemaakt of als je iets verkeerd hebt gedaan? Ikzelf ken het gevoel maar al te goed. Het is niet lang geleden dat ik de opdracht kreeg om op mijn werk twee lagers in een wiel te persen. Het was niet de eerste keer dat ik het had gedaan dus in principe zou alles gewoon goed moeten gaan. Het moment dat ik druk zette knapte er één doormidden. Het was alsof het lood me in schoenen schoot. Ik moest het gaan vertellen aan de baas. Begrijpelijk was natuurlijk dat die uit zijn slof schoot en mij “vriendelijk” uitlegde dat het niet de eerste keer was dat ik het had gedaan, alsof ik dat zelf niet wist. Ik kon niets anders doen dan daar een beetje staan om naderhand met mijn ziel onder mijn arm verder te werken.

Die avond sliep ik behoorlijk slecht. Ik troostte me met de gedachte dat de volgende dag de baas niet aanwezig zou zijn en ik hem in ieder geval niet meteen onder ogen hoefde te komen. Dit korte moment van troost ebde al snel weg toen ik me bedacht dat ik had beloofd om de volgende avond naar de jeugd Bijbelstudie te gaan. Zin had ik daar nu helemaal niet meer in. Ik weet nog dat het na lang draaien eindelijk is gelukt om een paar uur later in slaap te vallen.

De dag erna begon vrij normaal. Het gevoel van lusteloosheid was echter nog zodanig aanwezig dat het mijn humeur aanzienlijk beïnvloedde. De rest van die ochtend verliep naar omstandigheden best goed, vond ik zelf. Op een moment kreeg ik de opdracht om een stalen plaat te snijden van vijf centimeter. Te laat kwam ik erachter dat ik de verkeerde plaat had gepakt. In plaats van een plaat van vijf centimeter te gaan snijden, had ik nu een plaat van vier centimeter gesneden. Het gevoel van die vorige dag kwam gelijk weer naar boven. Hoe kon ik zo stom zijn? Nog geen vierentwintig uur geleden was ik uitgescholden om mijn vorige fout en wat ik nu had gegaan was minstens net zo erg. Een heel stuk staal kon zo worden weggegooid. Een kostbare grap, wist ik.

Die avond had ik natuurlijk helemaal geen zin meer om naar Bijbelstudie te gaan. Ik wilde  naar bed en een week later pas wakker worden. Ik wilde mijn vriend alleen niet teleurstellen en ben toch maar gegaan. De jeugdleider begon die avond aan Romeinen 5. Hij vroeg of ik wilde beginnen met lezen. Met zichtbare tegenzin begon ik aan het hoofdstuk.

“1 En nu we door ons geloof zijn vrijgesproken van schuld, hebben we vrede met God. Die vrede hebben we te danken aan Jezus Christus. 2 Door wat Hij heeft gedaan, kunnen we door ons geloof nu ook genieten van Gods liefdevolle goedheid voor ons. En door hem kunnen we ook altijd blij zijn want we weten dat we straks in zijn heerlijke aanwezigheid mogen leven.”

Ik stopte met lezen en voelde de rust en kalmte over me heen vallen. De gedachte om de Bijbel te gaan lezen of zelfs maar om te bidden was niet eens in me opgekomen. En nu het zo rustig was vanbinnen voelde ik dat het niet uitmaakte. Het maakt niet uit of ik de volgende dag zou worden uitgescholden. Het maakte zelfs niet uit als ik ontslagen werd.

“Als U er maar bent” , de woorden schoten te binnen alsof ze er al die tijd al hadden gezeten

                                                            

Net als ik me die avond realiseerde mag jij weten dat je niet bang of zenuwachtig hoeft te zijn, wat er ook gebeurt. Mijn probleem leek onoplosbaar voor mezelf, ik had in mijn situatie niet eens aan God gedacht, maar God wel aan mij. Ik mag nu weten dat, in welke problemen ik ook kom, in welke situatie ik me ook mag vinden, God altijd bij me is. De woorden van die avond draag ik voor altijd bij me. “Als U er maar bent.”

~ Twee anonieme broeders