Download: Geluidsbestand | Powerpoint

“Hou van mij!” ­ hoor je mensen roepen. “Ik wil erbij horen!” Als je goed luistert, hoor je die kreet achter alle uitroepen van woede, kritiek, verdriet en pijn. Want daarachter zit de angst voor afwijzing, verlatenheid, verlies, mislukking. We snakken allemaal naar aanvaarding en verbondenheid.

Daarom is Vincent van Gogh zo populair. Want van alle kunstschilders riep hij het hardst “Hou van mij!”. Vincent dacht dat hij een barmhartige Samaritaan moest zijn om geliefd te zijn. Maar zijn veeleisende ik botste met alles en iedereen. Hij kon niet van zichzelf houden.

Van Gogh schilderde De barmhartige Samaritaan in mei 1890, twee maanden voor zijn dood. Hij beeldde zichzelf uit als die Samaritaan, maar hij had zich niet laten verzorgen door Jezus. Hij bleef gebukt gaan onder de veroordeling van mensen en hij veroordeelde ook zichzelf. Terwijl er in Jezus geen veroordeling is.

Jezus is de barmhartige Samaritaan, die iedereen wil verzorgen die langs de kant van de weg ligt. Hij brengt je in de herberg, de gemeente die vol is van genade. Daar ontdek je van hoeveel waarde je bent en dat je geliefd bent en blijft, altijd.

Jezus is de liefde waar Vincent om riep, de liefde waar we allemaal naar snakken.